Usted está aquí: Traineurope > Articles and conferences
EnglishDeutschFrancaisFrancais

IN DUTCH: PERSBERICHT Conferentie 5Dec01 - De euro, en daarna? Brussel - 06.12.2001

PERSBERICHT  -  De euro, en daarna?

Nu de laatste voorbereidingen voor de introductie van de euro getroffen worden, verheugen de acht organisaties die onder aanvoering van PROMEURO de conferentie " De euro, en daarna?" organiseren in het Europese Parlement, zich er op dat de burgers eindelijk "Europa op zak" zullen hebben en  ook over de stabiliteit van de euro. Toch blijven zij zich vragen stellen over het economisch beleid van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en of de burgers de condities voor  het blijvend succes van deze unie wel aanvaarden. De deelnemers aan de conferentie hebben het "acquis" onderstreept, maar ook het immense voorlichtingswerk dat nog nodig is om van de euro een dynamisch factor te maken voor de Europese economie. Enkele dagen vóór het Top van Laken is het meer dan ooit tijd voor een sterk signaal om de politieke, economische en sociale opbouw van Europa nieuw leven in te blazen.  

Brussel, 5 December 2001. Tijdens een conferentie in het Europese Parlement werd vandaag gedebatteerd over de  "na-de-euro" periode. Meer dan 220 mensen hadden zich ingeschreven voor de drie sessies waarin de economische, institutionele en politieke gevolgen van de euro ter sprake kwamen.

Over enkele dagen worden onze nationale munteenheden in een klap oude fossielen door de euro: de euro doet Europa eindelijk "in onze zak" belanden. Nog nooit in de geschiedenis hebben zoveel mensen vrijwillig het symbool van hun nationale souvereiniteit opgegeven voor een gemeenschappelijke toekomst. Maar zelfs al is het verdwijnen van twaalf nationale munteenheden iets om te vieren, de euro is niet de magische sleutel van de gemeenschappelijke markt. In tegendeel, hij laat zien wat er nog allemaal schort aan deze markt.

Vlak voor de Top van Laeken is het nodig om de deelnemers aan de Top er aan te herinneren dat een sterk signaal aan de Europese burgers op zijn plaats is. Ieder initiatief dat als te mager wordt ervaren omdat er geen grote stap voorwaarts gezet wordt voor de economie, brengt het risico mee dat jarenlange inspanning voor Europa teniet gedaan worden. We staan op een kruispunt.

Belangrijker nog dan de symboliek van een gemeenschappelijke munt voor de lidstaten van de Unie, is het om een nieuwe impuls te geven aan de zwakke economie, net zoals in 1958 het Verdrag van Rome en de geboorte van de gemeenschappelijke landbouwpolitiek Europa een nieuw elan gaven. Wij staan min of meer op hetzelfde punt als 40 jaar geleden, maar met meer gevaar, gezien de internationalisatie van markten en economiën.

De vergeten "E" van de EMU

"Europeanen moeten zich realiseren: weliswaar hebben ze een meesterzet gedaan met de totstandkoming van de "M" van de Economische en Monetaire Unie, maar de "E" is nog niet af" verklaarden de organisatoren van de conferentie. De europese economie is steeds minder nationaal. Handel waarbij meer dan een staat betrokken is - als export of import tussen lidstaten al dan niet lid van de eurozone - stond voor minder dan 30% van het BNP in 1990 en zal stijgen tot meer dan 40% in 2002, d.w.z. een jaarlijkse stijging van zo'n 1%. Het blijven bestaan van nationale systemen die radicaal verschillen voor wat betreft belastingen, handelswetten en administriatieve procedures staat in de weg van het vrije verkeer van personen, goederen en kapitaal binnen de Europese markt.

Terwijl de "M" in handen is van de Europese Centrale Bank die centraal staat in het goed gestructureerde en slagvaardige Europese Systeem van Centrale Banken, is de "E" in handen van de ?-Groep. Deze groep bestaat uit nationale ministers die de 12 economiën en publieke financiën vertegenwoordigen, waarbij iedere minister een beslissing van gemeenschappelijk belang kan blokkeren met zijn veto. "Het is dus niet verwonderlijk dat het 30 jaar heeft geduurd totdat in Nice een afgezwakt statuut voor de europese onderneming tot stand kwam en dat grensoverschrijdende betalingen nog steeds excessief duur zijn" zo herinnerden de organisatoren. Ondanks alle goede wil heeft DG Economische en financiële zaken van de Europese Commissie niet de middelen om de nodige snelle harmonisatie tot stand te brengen.

Het strategische beland van de euro voor de maatschappij

Er wordt veel aan voorlichting gedaan over de euro, maar het is duidelijk dat de informatie vooral betrekking heeft op de praktische aspecten van de introductie van de gemeenschappelijke munt. Jammer genoeg wordt er te weinig gesproken over het strategische belang van de euro voor de maatschappij; op zijn hoogst wordt geschetst wat de belangen zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat de euro meer gezien wordt als behorend bij de economische globalisatie - een fenomeen dat slecht begrepen wordt door gebrek aan analyse - dan als onderdeel van een strategisch europees plan.

Tot nu toe werd het accent gelegd op technische aspecten (pariteit euro-dollar, dubbele prijsvermelding in winkels, invloed op de prijzen...) van de introductie van de euro, en er wordt heel weinig gesproken over europees sociaal beleid. Dagelijks worden de burgers in de krant of op de televisie geconfronteerd met stijgende werkeloosheid, toenemende fabriekssluitingen en faillissementen. Als eerste reactie wordt dan met de beschuldigende vinger gewezen naar zondebokken: de voorstanders van globalisatie, de nationale regeringen en .... naar Europa, dat nog steeds teveel gezien wordt als een grote technocratische machine.
Structurele aanpassingen, sowieso nodig vanwege het ouder worden van de bevolking, en nieuwe regels die voortvloeien uit het Verdrag van de Europese Unie en de deelnemingscriteria voor EMU, worden begroet met stakingen die iedere keer weer onze economie verder verzwakken.

Steeds maar weer moet uitgelegd worden dat Europa ook hogere inkomsten voor de armste landen betekent. Deze landen, maar ook regio's die baat hebben bij gemeenschappelijke steun, hebben hun economieën sterker zien worden, tot profijt van hun burgers. Zo hebben de Ieren tegenwordig een gemiddeld inkomen dat hoger is dan de Britten of de Fransen; de werkeloosheid in Spanje is gedaald van 23 naar 13%. Jammer genoeg is dat geen voorpaginanieuws. Gemeenschappelijke solidariteit is niet zo nieuwswaardig als de sluiting van een fabriek.


En de europese burgerij?

Hoeveel vaker moeten wij in referenda over europese kwesties nog "nee" horen, na het zwitserse, deense en ierse "nee", voordat wij beseffen dat een actievere deelname van de burgers aan de europese eenwording noodzakelijk is, willen wij de doelstelling bereiken? Heeft men bijvoorbeeld aan de Belgen verteld dat zij met meer dan 25.000 euro per hoofd van de bevolking de hoogste publieke schuldenlast van heel Europa hebben? De eerste stap is dus een eind te maken aan het democratisch deficiet dat de europese eenwording tot nu toe gekenmerkt heeft. Om dit te bereiken, stelt PROMEURO voor,  zouden in alle grote europese steden burgerinstellingen moeten worden opgericht, die via de scholen cursussen over dit onderwerp zouden kunnen verzorgen en de bevolking stimuleren om deel te nemen aan de verkiezingen, in het bijzonder de europese verkiezingen. Het succes van de euro hangt er vanaf, want "zonder europese Staat zal de euro nooit een geloofwaardige internationale munt worden".

Over 25 dagen vindt het wonder plaats: de euro zal definitief het symbool worden van onze deelname aan een en dezelfde gemeenschap die zich uitstrekt van Helsinki tot aan Lissabon en van Athene tot Amsterdam. En de instellingen die zich daar reeds tien jaar of meer voor ingespannen hebben, kunnen zich in het succes verheugen.

Maar ook over enkele weeken of maanden zullen Promeuro en andere organen belast met de voorlichting over europese monetaire politiek hun zwanenzang zingen.Vreemd genoeg, want omdat de publieksvoorlichting gericht was op de praktische aspecten van de introductie van de euro, blijft er nog heel veel uit te leggen over de gevolgen van de euro in economisch en sociaal opzicht. Keer op keer moet erop gewezen worden dat de euro geen toverdrank is. "Zoals de globalisatie met zich mee brengt dat protectionistisch beleid wordt opgegeven, zo betekent de euro dat er geen teruggaan meer is, dat de onderlinge afhankelijkheid van de europese economieën alleen maar een voordeel is in een wereld in beweging"aldus Jean-Jacques Schul, President van Promeuro . "De spiraal van euro-scepticisme moet doorbroken worden. Dat is een karwei waarvoor lange adem nodig is. De burger moet niet verstoken worden van deze werktuigen om begrip te kweken".

Voor de organisatoren van de conferentie, " moet het wonder zich ook op economisch en politiek vlak manifesteren: Laeken is de Top van de grote hoop". "Nog een keer Amsterdam of Nice zou het scepticism over de europese eenwording alleen maar versterken" volgens hen. Een stellingname van een meerderheid van lidstaten ten gunste van de europese eenwording zou onze economie weer op gang brengen en het vertrouwen van de burgers in hun nieuwe munt versterken.